PZC hangt zeer negatief beeld op van de bootvissers





Klik op het krantenknipsel om een leesbare versie te zien.

In de PZC van donderdag 8 september staat bovenstaand artikel te lezen.

De inleiding van het artikel zet gelijk de toon. Blijkbaar heeft de journalist in kwestie twee mannen, twee kisten (wellicht gesloten koelboxen) in een auto zien zetten. Wat er in die kisten zit weet niemand, behalve die 2 mannen. IJs? Aas? Boterhammen? Vis? Veel vis? Zat er wat in? Op de vraag waar ze die gehaald hebben wordt zwijgzaam naar zee verwezen. Hoeveel en voor wie is de journalist niet te weten gekomen. Hoe zou je zelf zijn als je keer op keer in verband gebracht wordt met zaken waar je niks mee te maken hebt? Oprechte en positieve berichtgeving over onze hobby hebben we altijd al met een vergrootglas moeten zoeken. Even verder gaat het dan over tweehonderd kilo. Al eens geprobeerd om tweehonderd kilo in 2 kisten te duwen?

In het stuk komt de voorman van de visafslag van Breskens uitgebreid aan het woord. Hij heeft het niet zo begrepen op bootvissers met boten van 50.000 euro en voor nog eens 50.000 euro aan elektronica er op, die voornamelijk moederdieren van de kabeljauw op de wrakken wegvangen, die dan niet meer kunnen bijdragen aan voortplanting… In de periode dat er “zwangere” moederdieren op de wrakken zitten, hartje winter, zijn door weersomstandigheden voor ons niet veel gelegenheden weggelegd om ze te vangen. Toegegeven, een sportvisser zal best wel een aantal moeder- en/of vaderdieren wegvangen als hij een keer in die periode op een wrak vist. Maar dat in diezelfde periode zowat ieder bekend en minder bekend wrak vol staat met staandwant is blijkbaar niet van invloed op de moederdieren… Die zwemmen daar wellicht omheen, ah ja.

Verder wordt er aangevoerd dat er een levendig circuit bestaat voor zwarte vis, hoeveel weet hij niet, waar weet hij niet, wanneer weet hij niet, alleen dat het bestaat… Sommigen hebben er een dagtaak aan al dat vissen en verhandelen. En het gaat zeker om meer dan een paar man vervolgt hij. Dat die groep, in regel zeebaarsvissers, die door de voorman bedoeld wordt ondertussen een visserijnummer heeft aangevraagd en na het storten van de nodige euro’s in de schatkist ook bekomen hebben, laat hij gemakshalve achterwege.

Waarom is het zo moeilijk om aan te nemen dat de overgrote meerderheid van de sportvissers die kist, of laat het een keer heel erg goed gaan 2 kisten vis, samen met z’n familie zélf opeet? Ik hou me al meer dan 20 jaar bezig met dat kleine bootvissen en heb door de jaren heen best een behoorlijke partij vis naar de kant gebracht. Van al die vis is er nooit eentje verkocht of in de vuilbak terecht gekomen. Die zijn allemaal opgegeten, in tegenstelling tot de vangsten van zijn beroepsgroep waarvan, wellicht een aanzienlijk percentage verloren gaat door bederf, meel, vernietiging, enz…

De reële situatie is vandaag zo dat er beduidend minder op de wrakken gevist wordt dan vroeger omdat de vangsten heel dikwijls waardeloos zijn en de vis aan de kleine kant. Dan denk je echt wel twee keer na voor je een zwik schofterig dure benzine opstookt. Dat doe je alleen als je daar echt plezier en ontspanning aan overhoudt. Voor de centen doe je dat als particulier niet meer, want dan scheur je je broek én nog niet zo zuinig ook. Zéker als we het over kabeljauw hebben.

Federatiesecretaris Ben Biondina reageert terecht “gepikkeerd” in het stuk. Hij geeft ook aan dat de échte stroperij-problemen niet buitengaats zitten. Vervolgens gaat het dan verder over wat, terecht overigens, de stroperij op de stormvloekering genoemd wordt. Ook mistoestanden aan de Brouwersdam met tsjoekelaars worden door hem aan de kaak gesteld. Ook hier volkomen terecht. Dat de AID niet over voldoende manschappen en middelen beschikt om op te treden, kan nog de mensen van de AID, noch de sportvisser verweten worden. Maar Ben kennende, kan ik me niet voorstellen dat hij het als enthousiast bootvisser en belangenbehartiger, alleen maar over dat handvol stropers heeft gehad, het is echter wel het enige wat in het verhaal aan bod komt.

Als illustratie bij heel dat verhaal over 100.000 euro, honderden kilo’s vis en 70 mijl enkele reis zet men dan een foto van een trailerbootje met een zeildoeken dakje… Het onderschrift liegt er ook niet om: “Kleine, snelle bootjes, vaak van illegale vissers, varen de haven in bij de Roompotsluis…” De kleine bootvisser wordt hier duidelijk gecriminaliseerd en de onwetende “man in de straat”, slikt al die onzin als zoete koek. Daardoor wordt weer maar eens een perfect georchestreerde moddercampagne op gang geslingerd om minister Veerman er toe over te halen sportvissers te beperken in hun aanlandingen. Dat heel die eventuele maatregel voor het herstel van de bestanden geen bijdrage levert, doet blijkbaar niets ter zake.

Heel dit verhaal is pure stemmingmakerij en een schande van de hoogste orde.