Noordzee zit weer vol vis.

Noordzee zit weer vol vis

De Noordzee is niet langer overbevist.
Dat is te danken aan een streng quotabeleid
en de afbouw van de vissersvloot.

Het kan de laatste tijd niet op met de hoera-berichten over de visbestanden in de Noordzee in diverse kranten en op tv. Heel de Europese pers is er op gedoken. De kabeljauw doet het goed, de schol doet het fantastisch, tong is fors aan de beterhand… Echt niet! Althans niet in de zuidelijke Noordzee. Al deze goed nieuws-rapporten behandelen de Noordzee als één grote plas en gaan niet in op delen van die plas. De zuidelijke Noordzee is niks minder dan een catastrofe. Kabeljauw: compleet verdwenen, zeebaars: enkel kleine plukjes onder de kant en in de zeearmen, tong: lijkt ook al op weg naar de uitgang, schol: 3 keer meer dan 1957, maar toch vangen wij er jaar na jaar minder van… Hoe kan dat nu, ondanks al die goede berichten?

De titel en ondertitel van dit stuk zijn eveneens de hoofding van een stuk in De Standaard waarin visserijwetenschapper Hans Polet van het ILVO zijn licht laat schijnen over de toestand in de zee. Als je als Vlaamse of Nederlandse, kleinschalige beroepsvisser of enthousiast sportvisser dit artikel bij het ontbijt zat te lezen, is de koffie gegarandeerd in het verkeerde keelgat beland! Zelf behoor ik tot de tweede categorie. Sinds ik als zesjarig kind mijn eerste, toen nog volglas, werphengeltje cadeau kreeg, ben ik aan het spelletje blijven plakken, ook al had ik niemand om me de weg te wijzen, pure passie dus. Het is niet bij dat kleine, slappe hengeltje van 140 cm gebleven… Vandaag, 47 jaar later, vis ik al meer dan 30 jaar vanuit mijn eigen trailerbare, compleet uitgeruste, kleine zeevisboot in de Voordelta, de Westerscheldemonding, vanuit Blankenberge en Nieuwpoort. Een en ander is afhankelijk van het seizoen en de beoogde doelsoort. Ik heb dus in de loop der jaren heel veel zien veranderen op zee en meestal niet ten gunste! Dat is dan nog zwak uitgedrukt.

Het verhaal van de zeebaars is genoegzaam bekend. Deze soort is door overbevissing in goed 15 jaar tot op de rand van de afgrond gedreven. Paaigronden werden tijdens de winter systematisch afgeroomd, de minimummaat stond al die tijd ver beneden de geslachtsrijpe leeftijd en er was geen quotum, doe maar op was de leuze... Dit is hét recept om alles op heel korte tijd kapot te vissen. Momenteel kan je enkel onder de kant (onthoud dit) bij dijkvoeten, steenstortingen en paalhoofden nog een baarsje vangen. Ook de Zeeuwse zeearmen (onthoud dit) leveren bij tijd en wijlen nog een leuke zeebaarsvisserij op.

De wrakvisserij op kabeljauw en zeebaars ligt al 3 jaar (onthoud dit) quasi volledig op z’n gat. De wrakken, ooit oases op de zanderige Noordzeebodem, vol leven met prachtige vissen, zijn nu nog de woonst van krabben, kreeften, zeesterren en een enkele steenbolk. Ze zijn léég, er zit gewoon niets meer op van grote rondvis.

In de wateren bij Nieuwpoort kon je vanaf het vroege voorjaar tot aan het einde van de zomer bijzonder goed schol vissen. Met z’n tweeën aan boord kwamen in het voorjaar vangsten van 60 en 80 stuks schol boven de 30 cm regelmatig voor. De laatste 2-3 jaar (onthoud dit) zie je dat zowel qua formaat als in aantallen schrikbarend hard terug lopen. Vandaag moet je met twee man aan boord flink je best doen om op een dag nog 20 schollen van boven de 30 cm te vangen en de 45+-schollen zijn zo wat uitgestorven, die zijn echt schaars geworden.

Het krantenartikel en bovenstaande eigen vaststellingen waren voor Jan De Jonghe reden om Hans Polet een keer persoonlijk uit te nodigen, samen met enkele sportvissers en beroepsmatige handlijnvissers, om op een volwassen manier met elkaar van gedachten te wisselen. Het moet gezegd, dat is buitengewoon goed gelukt. Er werd écht naar elkaar geluisterd en niet in het wilde weg wat over en weer geroepen. We waren het er ook over eens dat we het niet met elkaar eens hoefden te zijn. Hans Polet is als gedreven wetenschapper verbonden aan het ILVO, houdt zich al jaren met visserijonderzoek bezig en is een autoriteit in Vlaanderen op het gebied van de pulskor. Laat ik, voor de mensen die onverhoopt nog niet van een pulskor gehoord hebben, even snel uitleggen wat een pulskor is. Een pulskor is een tuig waarbij het over de bodem gesleepte net aan een vleugel hangt en waarbij voor het net uit elektrische pulsen in de bodem gejaagd worden (60 volt per meter) om de vis door een spierkramp op te laten veren en deze zo makkelijk in het net op te vangen. Voordeel van deze techniek: minimale bodemberoering, quasi halvering van het brandstofverbruik en bijzonder succesvol bij de tongvisserij in vergelijking met de oude boomkortechniek met wekkerkettingen.

Elektrisch vissen is door de EU in principe verboden! Er kan echter ontheffing verkregen worden om binnen de lijnen van een proefproject maximaal 5% van de vloot uit te rusten met zo’n pulsinrichting. De pulskor is een Nederlandse uitvinding en wordt in Nederland ontwikkeld. Het zal dan ook niet verbazen dat het bijna uitsluitend Nederlandse vaartuigen zijn die met zo’n pulsinrichting uitgerust zijn. Schepen met pulsinrichting die onder een andere dan de Nederlandse vlag varen, zijn in regel in Nederlandse handen. Maximaal 5% van de vloot… dat zou in voor Nederland maximaal 24 vaartuigen betekenen. Er zijn momenteel minimaal 84 vergunde(!) Nederlandse kotters uitgerust met een pulsinrichting en ook nu wordt er nog aan nieuwbouw gedaan. Tijdens vergaderingen heb ik ook 104 als getal zien voorbij komen, maar dat getal wordt door Hans Polet tegengesproken. Hoe Nederland dat voor mekaar heeft gekregen is mij een raadsel, want ze schijnen toch allemaal geheel legaal te werken.

De pulskor dus. Voor ons, de mannen die met de hengel vissen, is dat gezap met die elektriciteit de bron van veel kwaad. Aanvankelijk werden slechts enkele van deze tuigen in de vaart gebracht en was het rendement niet om over naar huis te schrijven. De ontwikkelaars hebben zich niet laten ontmoedigen en zijn blijven sleutelen tot de techniek bijzonder rendabel was. Gevolg daarvan is dat de laatste 3 jaar (onthouden van eerder in dit stuk?!) steeds meer van die tuigen in gebruik werden genomen tot het huidige niveau. Dag en nacht, 24/7 gaat dat door, de ene pulskotter volgt na de andere. De druk op de zuidelijke Noordzee en de Vlaamse Banken in het bijzonder is hierdoor waanzinnig toegenomen. Omgekeerd evenredig aan de toename van de pulsinrichtingen, hebben wij de aanwezigheid van grotere en dan vooral rondvis, zien afnemen tot het absolute nulpunt vandaag. Op 2-3 jaar tijd is ALLE grote rondvis verdwenen in ons gebied van de zee. Het verdwijnen van de vis valt naadloos overeen met de waanzinnige opschaling van de pulskor. Dat kan niet ontkent worden. Ik ben niet de enige die dat vastgesteld heeft, ik ben wel een van de weinige dit dat al herhaalde malen hardop gezegd en geschreven heeft. Hans Polet is van mening dat de pulskor op zich niet schadelijk is, maar wel dat er te veel van deze tuigen op een te klein gebied actief zijn en dat dat mogelijk een negatief effect op de aanwezigheid van onze doelsoorten kan hebben. Het eerste deel van zijn stelling klopt mijn inziens niet, het tweede deel van zijn stelling is een waarheid als een koe. Eén sigaretje per dag zal minder impact hebben op je gezondheid dan dagelijks een compleet pakje opdampen, maar het blijft wel slecht hé… Ik wil niet zo ver gaan en beweren dat de vis er aan dood gaat. Dat is ook niet uit labo-testen gebleken, maar ik beweer wel dat de vis er last van heeft, dat kan haast niet anders. Vissen beschikken over allerlei gevoelige organen waarmee ze elektro-magnetische veranderingen kunnen waarnemen. Ze gebruiken deze organen om te navigeren en te jagen. Het is dus redelijk om op zijn minst te veronderstellen dat al dat eindeloze gezap met die elektriciteit, de vissen stoort. Ik kan me heel goed voorstellen dat het in de koppen van die vissen tegenwoordig permanent “knettert”. Daar gaat de vis wellicht niet aan dood, maar het is wel redelijk om aan te nemen dat de vis wegtrekt naar andere oorden, buiten het gebied waarbinnen gepulst mag worden. Hoe zou je zelf zijn als je op een feestje ergens een pintje staat te drinken en elke keer er een deurtje open gaat, ruik je de pisbakken…. Wat doe je dan? Ergens anders gaan staan natuurlijk! En dat fenomeen kan de wetenschap in labo-opstelling nooit onderzoeken en daarmee bevestigen of ontkrachten. Die vis in hun aquarium kan immers niet weg en dáár wringt het eerste deel van de stelling van Polet wat mij betreft. Hoe je dat op die grote plas moet onderzoeken is niet mijn probleem, dat is het probleem van de wetenschap, maar het zal wel moeten gebeuren als we deze discussie ooit willen beslechten.

Voor mij was dé verrassing van de bijeenkomst dat de wetenschap eigenlijk niet op de hoogte is van de ineenstorting van bepaalde soorten in de zuidelijke Noordzee, in het bijzonder binnen het gebied waar gepulst mag worden van half Denemarken tot aan de Franse grens. Het zwaartepunt van de pulsactiviteit ligt wel in de "zuidelijke trechter" van de Noordzee. Het positieve is dat het nu wel geweten is en dat er specifieker gewerkt kan worden. Over de oorzaak kunnen we heel de dag debatteren, we gaan er niet uitkomen, maar tot het bewijs van het tegendeel blijf ik bij mijn eigen visie op heel dit verhaal. Ik ben geen wetenschapper, maar ik zie wat ik zie en de stukken passen perfect in elkaar en de tijdlijn valt zo over elkaar dat het haast geen toeval meer kan zijn.

Meten is weten, daar gaat het in de wetenschap om. Harde cijfers. Hans Polet is bijzonder geïnteresseerd in ons verhaal en onze vaststellingen. Hij wil ons wel geloven als wij zeggen dat de zee bijna leeg is, maar dan heeft hij cijfers nodig van de laatste jaren. Als er mensen zijn die een logboek van hun vangsten hebben bijgehouden, zeg maar de laatste 5 jaar, en bereid zijn deze gegevens al dan niet anoniem te delen met de wetenschap, die kunnen contact met mij opnemen via de gekende kanalen. Er wordt gegarandeerd dat de cijfers enkel voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt zullen worden, niet voor politieke spelletjes.

Vaak wordt door de wetenschap de klimaatverandering als een van de redenen aangehaald voor het verschuiven van bestanden. Dat is aantoonbaar. Zo is de schol al ruim 2 decennia heel langzaam op wandel richting noordwesten. Ruim 20 jaar…. Dat is 10 keer zo lang als wat nu de ineenstorting van diverse bestanden heeft veroorzaakt. Klimaatverandering gaat erg langzaam, niet in enkele weken! Dit is op erg korte termijn, 2, maximum 3 jaar, gebeurd.

De kern van de zaak is dat volgens mij al dat gezap met die elektriciteit niet goed is, dat er erg onvoorzichtig te werk wordt gegaan, zonder dat er voldoende kennis is over de lange termijneffecten en dat Nederland wel heel erg voortvarend is geweest met het uitbouwen van de pulskorvloot. Ik sta met die mening niet alleen. Vraag aan gelijk welke sportvisser of kleinschalige beroepsvisser naar zijn resultaten van de laatste jaren, het antwoord zal steeds het zelfde beeld geven. Frankrijk en Denemarken zijn nu een procedure gestart bij de EU om Nederland te verplichten terug af te bouwen naar 5% én een einde te stellen aan de techniek bij het beëindigen van het pilootproject. Doen ze dat uit pure commerciële overwegingen, of hebben zij andere, wetenschappelijke, redenen om eerder dit jaar “het kot op stelten te zetten” en de Nederlandse visserijsector de stuipen op het lijf te jagen?

Buiten dat gezap en het klimaat zijn er uiteraard nog factoren die bestanden, en dan met name de platvis, zeer negatief beïnvloeden. In de eerste plaats de bij tijd en wijlen krankzinnige, door economisch korte termijn-denken ingegeven, politieke besluitvorming omtrent regels. Een voorbeeld: de maaswijdte van 80 mm is véél te klein en genereert veel te veel bijvangst. Dat staat haaks op de discardban waarbij precies zo min mogelijk bijvangst gerealiseerd moet worden. Maaswijdtes en minimummaten van een aantal soorten moeten gewoon omhoog, zodat ze tenminste één keer kunnen deelnemen aan de paai en het voortbestaan van de soort kunnen garanderen. De discardban zelf is in theorie een goed idee, maar in een commerciële omgeving, wat de beroepsvisserij is, een gedrocht eerste klasse!

Waarom een goed idee? Minder regulering en de visserman zal er alles aan doen om ongewenste vangsten te voorkomen. Prachtig toch? Nu even naar wat de praktijk zou moeten zijn. Als visserman ga ik in plaats van met 80 mm maaswijdte met 100 mm maaswijdte vissen. Op die manier voorkom ik een berg ongewenste bijvangst. Ik ga ook minder kleine vis van mijn doelsoort vangen, waardoor mijn besomming zal dalen, maar door het kleinere aanbod zal ik een hogere prijs krijgen voor mijn vis... Tot hier wat de praktijk zou moeten zijn en de start van de situatie in de echte wereld. Mijn buurman in de haven doet dat echter niet en landt ook die kleinere, in dit geval tong, aan en zorgt er zo voor dat de prijs te laag blijft om met mijn kleinere besomming rendabel te zijn. Op deze manier ben ik ecologisch héél goed bezig, maar economisch ben ik simpelweg zelfmoord aan het plegen. Dat ga ik niet laten gebeuren en blijf, net als de buurman, met 80 mm vissen. Daarom zal de discardban als zelfregulerend instrument nooit werken. Zelfs met de “veel selectievere” pulskor haalt men slechts een rendement van 15 tot maximaal 25% doelsoort. Dat betekent dat er nog altijd waanzinnige hoeveelheden ongewenste bijvangst gerealiseerd worden.

Nog iets waar ik met mijn verstand echt niet rond kan, ik ben vast niet lang genoeg naar school geweest... Voor 2017 geldt voor Belgische vaartuigen op verzoek van de sector in verband met quotaregelingen in Het Kanaal voor tong een minimummaat van 25 cm. Hoe kan je dat met de discardban en het vasthouden aan de 80 mm nu ooit uitgelegd krijgen? Dit heeft toch enkel nog meer discards tot gevolg? Nog meer vis die niet aan paaien toekomt én niet opgegeten zal worden... Het begint stilaan in mijn kop ook te knetteren, ik ben vast zo gek als een deur!...

De laatste waanzinnige stunt van onze alwetende politici is het schrappen van schar en bot uit de TAC & quota verordening. Daardoor komen deze soorten ook buiten de discardban te vallen en kunnen deze commercieel oninteressante soorten, al dan niet dood, weer overboord. Daar komt dan nog bij dat de visserman nu ook gebieden met veel schar en bot niet langer hoeft te mijden en er dwars door zal varen als daar ook tong zit. De ongewenste vis kan immers weer overboord. De schar is in veel gevallen de enige soort die door sportvissers nog in leuke aantallen en soms mooie formaten gevangen kan worden. Als ook die soort nu gaat sneuvelen, rest er voor de sportvisserij niets meer. De gul is weg, de zeebaars staat geweldig onder druk en is zwaar beperkt, de tong is haast niet meer te vangen aan de hengel, de schol in de Westhoek holt razendsnel de berg af, HET GAAT ECHT NIET GOED MET ONZE NOORDZEE!!

In de marge van dit gesprek kwamen ook de scharren met grote gaten van enkele jaren geleden ter sprake. Hans Polet was zeer stellig, het zijn géén brandwonden van de pulskor. Op laboschaal zijn platvissen onderworpen aan langere en sterkere pulsen dan op zee en er ontstonden geen brandwonden. Het blijken zweren te zijn en de bacterie die ze veroorzaakt is ook bekend. Hoe die bacteriën de kans krijgen om zo te keer te gaan is niet bekend. Een mogelijke oorzaak zou de visserij kunnen zijn waarbij scharren in het net hele kleine verwondingen oplopen die later, als ze overleven, gaan ontsteken onder invloed van die bewuste bacterie en gaten in de huid veroorzaken. Ik heb geen reden om aan dit verhaal te twijfelen, maar meteen duiken er weer nieuwe vragen op. Hoe verklaar je de plotse massale opkomst van die gaten en hoe verklaar je het al even massaal verdwijnen van die gaten. Vandaag vang je nog maar zelden een vis met een gat in de huid. Dat kan dan enkel als die bacterie even snel weer verdwenen is, als ze gekomen is.

Hoer langer je zoekt naar antwoorden, hoe meer vragen je vindt. “Dat weten we niet.”, is een antwoord wat te dikwijls komt op zeer pertinente vragen. Reden te meer om voorzichtig te zijn met technieken die niet bewezen onschadelijk zijn, ook niet op de lange termijn. De pulskor heeft dat bewijs mijn inziens nog niet kunnen leveren.

Koen De Bièvre
Delta 498


 

Deel dit bericht op sociale media Share on FacebookGoogle+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

You may also like...